Djellaba: Gelijk is ingewikkeld
Deze week ontstond weer eens ouderwets ophef over de vraag in hoeverre scholen mogen bepalen wat leerlingen wel en niet mogen dragen. Aanleiding was een leerling die op de maandag na de voorjaarsvakantie op school verscheen in een djellaba. ,,Een mooie groene”, volgens zijn moeder in het Algemeen Dagblad. Hij mocht er in eerste instantie de klas niet mee in. De djellaba zou in strijd zijn met de kledingvoorschriften van de school. Dit werd achteraf door de waarnemend directeur “een misverstand” genoemd.
Maar vervolgens rees in de media de vraag of een school de djellaba mag verbieden. RTL Nieuws belde daarover met ons kantoor. In het artikel op de site zegt Willem Lindeboom: “vanwege de vrijheid van religie mogen openbare scholen geen hoofddoeken of keppels verbieden (…). De djellaba is minder duidelijk aan een bepaalde religie verbonden, maar het ligt toch wel voor de hand om te denken dat een verbod in principe moslims treft. Dan mag een openbare school die niet verbieden, tenzij daar een hele goede reden voor is."
Om te kunnen beoordelen of iemand in strijd met de Algemene Wet Gelijke Behandeling (AWGB) handelt is in regelgeving en rechtspraak een heel begrippenkader opgebouwd. Directe discriminatie op grond van onder meer religie, ras of gender is per definitie verboden. Indirecte discriminatie ook, maar dan moet wel eerst duidelijk zijn dat personen van een bepaalde religie, ras, gender etc. duidelijk meer getroffen worden door een maatregel dan anderen. Bovendien kan daar dan nog een goede reden voor zijn. Veiligheids- of hygiënerisico’s bijvoorbeeld.
RTL spitste het toe op (rechts)vraag of een school het dragen van een djellaba mag verbieden. Als de school dat gedaan had, was dat geen directe discriminatie geweest. De leerling wordt immers niet geweigerd omdat hij moslim is. Of omdat hij man is. Wel ligt het voor de hand om te denken dat de djellaba in hoofdzaak door moslims gedragen wordt. Dan is bij een verbod dus sprake van indirecte discriminatie. Een verbod zou dan nog gerechtvaardigd kunnen zijn uit veiligheidsoverwegingen of uit hygiënisch oogpunt. Dat lijkt echter geen kansrijke benadering.
Het is echter maar net hoe je de feiten waardeert. Want de moeder van de leerling stelt dat een afdelingsleider had gezegd dat de leerling maar naar een islamitische school moest als hij een djellaba aan wilde doen. Zo’n uitlating grenst toch wel aan directe discriminatie op grond van religie. Maar kennelijk zonder dat zelf in de gaten te hebben bakt de winkelier die de leerlingen van gratis djellaba’s wil voorzien ze eigenlijk nog het bruinst. De directeur van de school vindt het een prachtig gebaar, maar de winkelier maakt zich bij zijn actie schuldig aan directe discriminatie. Want nog steeds volgens het Algemeen Dagblad verkoopt hij die djellaba’s niet aan meisjes. Want: “Djellaba’s worden gedragen door mannen. Natuurlijk mogen mensen zelf weten wat ze dragen, maar als het om een hoofddoek ging hadden we die ook niet aan jongens gegeven.” En dat is natuurlijk gewoon onderscheid op grond van gender. En dus verboden. Of het wel klopt dat vrouwen geen djellaba dragen is dan nog weer de vraag. Volgens een online winkelier is de djellaba “een traditioneel kledingstuk dat zowel door mannen als vrouwen wordt gedragen”.
Willem Lindeboom schrijft elke twee jaar samen met Paul Kanters een kroniek over gelijke behandeling in School en Wet. De laatste verscheen in 2023. Hij heeft een nieuwe kroniek in voorbereiding. De djellaba zal daar ongetwijfeld in terugkomen.